VEEL GESTELDE VRAGEN OVER HET FOKKEN OP WORMRESISTENTIE

Wat voor monsters worden er genomen?

Van ooien die 2 tot 8 weken eerder gelammerd hebben wordt een speekselmonster genomen. In het speeksel wordt de hoeveelheid van de afweerstof IgA bepaald. De hoeveelheid IgA in het speeksel is een afgeleide van de hoeveelheid IgA dat door het maag- en darmslijmvlies wordt afgescheiden. In het schaap bindt IgA aan de wormen waardoor deze kleiner blijven en minder wormeieren uitscheiden. Hoe meer IgA er in het speeksel aanwezig is, des te minder last het dier dus van een maagdarmwormbesmetting zal hebben. Uit ons onderzoek van 2014 en 2015 blijkt dat dieren met een hoger IgA inderdaad lagere worm ei-tellingen in de mest hebben.

Waarom worden er alleen ooien onderzocht, en geen rammen?
Om de weerstand tegen wormen te kunnen meten is het noodzakelijk dat er een besmetting is, of kort geleden is geweest. We weten dat ooien direct na het lammeren de zogeheten ‘spring rise’ krijgen: een forse toename van het aantal wormeieren in de mest, doordat de maagdarmwormen in de ooi weer actief worden. De weerstand tegen wormen kan bij pas gelammerde ooien dus goed bepaald worden. Omdat het spring rise fenomeen niet bij rammen optreedt, heeft het geen zin om in deze tijd van het jaar rammen te onderzoeken (er is immers geen of nauwelijks weidebesmetting in deze tijd van het jaar).


Mogen de ooien ontwormd zijn?
Bij voorkeur zijn de ooien nog niet ontwormd voordat de speekselmonsters genomen worden, maar dit is geen vereiste. Het belangrijkste is in ieder geval dat de ooien nog niet ontwormd zijn voor het lammeren.

Kan er al een fokwaarde worden berekend?
We verwachten dat er deze zomer voor het eerst een fokwaarde berekend kan worden. Rammen kunnen ook een fokwaarde krijgen op basis van informatie van dochters, halfzusters of de eigen moeder (al dan niet aanwezig op uw eigen bedrijf).

Hoe werkt de fokwaarde?
Hoe hoger de fokwaarde is, hoe beter het eigen afweersysteem van het dier een wormbesmetting kan bestrijden. Dieren met een hoge fokwaarde tegen wormbesmetting zullen dus minder last hebben van een wormbesmetting in vergelijking met andere dieren van dat ras die een lagere fokwaarde hebben.

Wat gebeurt er met de gegevens van 2015 en 2015?
De gegevens die in 2015 en 2014 zijn verzameld zullen ook meegenomen worden in de fokwaardeberekening. Hoe meer gegevens over een dier of zijn verwanten bekend zijn, hoe betrouwbaarder de fokwaarde wordt.

Wat is de erfelijkheidsgraad?
Op dit moment gaan we ervan uit dat de erfelijkheidsgraad rond de 20% ligt. Dit is voldoende hoog om goed te kunnen selecteren op dit kenmerk. Met de nieuwe gegevens uit 2016 hebben we van drie jaar cijfers, en zullen we de erfelijkheidsgraad opnieuw bepalen.

Waarom wordt er alleen van NSFO dieren een fokwaarde berekend?
Om een fokwaarde te kunnen berekenen moet de gehele afstamming van het dier in de NSFO database staan. Dat geldt op dit moment alleen voor dieren van een bij NSFO aangesloten stamboek.

Heeft dit project een relatie met het onderzoek naar resistentie tegen ontwormingsmiddelen?
De belangrijkste reden om te fokken op hogere eigen weerstand tegen wormen is de toenemende resistentie van maagdarmwormen tegen ontwormingsmiddelen. Op sommige bedrijven in Nederland zijn er nog slechts één of twee verschillende ontwormingsmiddelen die volledig werkzaam zijn. Daarom is het van het grootste belang dat u schapen fokt die minder vaak (of in de toekomst helemaal niet meer) ontwormd hoeven worden.

Hoe kan ik mee doen?

Fokkers van een bij NSFO aangesloten stamboek kunnen zich aanmelden voor de monstername via[email protected] of telefoon: 0418-561712. Ter introductie worden er in 2016 geen kosten voor de monstername zelf berekend, u betaalt slechts € 5,- per bemonsterd dier (inclusief fokwaardeberekening). Wilt u bij uw aanmelding aangeven wanneer uw lammerperiode plaatsvindt?